ECLI:NL:CRVB:2024:1655
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling duurzaamheid arbeidsvermogen bij weigering Wajong-uitkering
Appellante vroeg een Wajong-uitkering aan wegens het ontbreken van arbeidsvermogen door onder meer een sociale angststoornis en vermijdende persoonlijkheidsstoornis. Het Uwv weigerde de uitkering omdat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam was, aangezien er nog behandelmogelijkheden waren en ontwikkeling van basale werknemersvaardigheden mogelijk werd geacht.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellante in staat was om met behandeling haar arbeidsvermogen te ontwikkelen. Appellante stelde dat behandeling praktisch onmogelijk was vanwege haar angstklachten en vermijdende coping, maar dit werd niet onderbouwd met medische gegevens.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel en benadrukte dat duurzaamheid van het ontbreken van arbeidsvermogen betekent dat geen perspectief op herstel of ontwikkeling bestaat. Het Uwv had voldoende aannemelijk gemaakt dat er praktische behandelmogelijkheden waren en dat verbetering mogelijk was. Het hoger beroep werd verworpen, waardoor de weigering van de Wajong-uitkering in stand bleef.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering omdat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam is.