ECLI:NL:CRVB:2024:1616
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft een WIA-uitkering aangevraagd na ziekmelding met psychische en lichamelijke klachten, maar het UWV weigerde deze omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. De medische beoordeling door verzekeringsartsen en de arbeidskundige rapporten concludeerden dat appellant geschikt is voor bepaalde functies binnen zijn beperkingen.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat de medische en arbeidskundige rapporten juist waren, ook rekening houdend met de taalbarrière van appellant. Het door appellant overgelegde rapport van Stichting SAP werd als onvoldoende relevant beoordeeld omdat het in een ander kader was opgesteld en op een latere datum betrekking had.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn beperkingen groter waren en dat de functies niet passend waren, mede door taalproblemen. De Raad oordeelde echter dat de medische en arbeidskundige beoordelingen zorgvuldig en gemotiveerd waren, en dat de taalbarrière binnen de redelijke grenzen viel gezien eerdere werkervaring en behaalde certificaten.
De Raad wees het verzoek om een onafhankelijke deskundige af en bevestigde de eerdere uitspraak dat appellant geen recht heeft op een WIA-uitkering. Tevens krijgt appellant geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is.