ECLI:NL:CRVB:2021:13
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewet-uitkering na zorgvuldige medische beoordeling
Appellante, voormalig barmedewerker, ontving een Ziektewet-uitkering vanwege psychische en later ook lichamelijke klachten. Het UWV beëindigde haar uitkering omdat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen volgens een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek.
De rechtbank had het beroep van appellante gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen in stand gelaten. Appellante stelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek onvoldoende zorgvuldig was, dat er sprake was van een angststoornis die niet adequaat was beoordeeld, en dat een onafhankelijke deskundige benoemd moest worden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het onderzoek voldoende zorgvuldig was, dat de verzekeringsarts over de relevante informatie beschikte en dat de medische beoordeling juist was. Het verzoek om een onafhankelijke deskundige werd afgewezen omdat er geen objectieve aanwijzingen waren voor partijdigheid. Ook de arbeidskundige beoordeling van de geselecteerde functies werd bevestigd.
De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewet-uitkering en wijst het hoger beroep af.