Uitspraak
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep tegen het besluit van de minister van 18 april 2023 gegrond en vernietigt dat besluit;
- herroept het besluit van de minister van 27 oktober 2020;
- beslist dat de diploma- en opnametermijn voor betrokkene eindigt op 31 augustus 2026, verstaat dat betrokkene over september 2024 tot en met augustus 2026 uitsluitend aanspraak maakt op reguliere studiefinanciering in de vorm van een lening voor de voltooiing van zijn opleiding [naam opleiding 2], en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het besluit van de minister van 27 oktober 2020;
- bepaalt dat van de minister een griffierecht wordt geheven van € 548,-.
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke regelgeving
Wet studiefinanciering 2000
3. Indien een ho-student binnen de diplomatermijn hoger onderwijs met goed gevolg een hbo-bacheloropleiding of het geheel van een wo-bacheloropleiding en een wo-masteropleiding afrondt, wordt de aan hem toegekende prestatiebeurs hoger onderwijs voor de duur van de desbetreffende opleiding omgezet in een gift. Onverminderd de eerste volzin, wordt van de toegekende reisvoorziening één jaar extra omgezet in een gift.
(…)
6. Met het afronden van een opleiding als bedoeld in het derde lid wordt eveneens gelijkgesteld het afronden van een wo-bacheloropleiding, voor zover de ho-student een aanvraag heeft ingediend tot gelijkstelling.