Uitspraak
21.4104 PW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Centrale Raad van Beroep
Bij besluit van 14 maart 2019 heeft het college de bijstand van X ingetrokken met ingang van 1 november 2018. Appellant, als gemachtigde van X, maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaar. Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat appellant geen rechtstreeks belang had bij het besluit. De rechtbank Limburg verklaarde het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk en het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond, bevestigend dat appellant slechts een afgeleid belang heeft.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij wel een rechtstreeks belang heeft en verzocht om een aanvullende schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De Raad overwoog dat appellant geen nieuwe gronden had aangevoerd die het oordeel van de rechtbank konden weerleggen. Tevens wees de Raad het bezwaar tegen de toepassing van artikel 6:22 Awb Pro af, omdat appellant zelf geen specifieke argumenten daarvoor had.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep ongegrond is en bevestigde de aangevallen uitspraak. Daarnaast werd het verzoek om aanvullende schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn afgewezen, omdat de totale duur van de procedure binnen de redelijke termijn van vier jaar bleef. Een proceskostenvergoeding werd niet toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om aanvullende schadevergoeding wegens termijnoverschrijding wordt afgewezen.