ECLI:NL:CRVB:2023:365
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening WIA-uitkeringsuitspraak wegens ontbreken nieuw feit of omstandigheid
Verzoeker heeft verzocht om herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 6 juni 2019 inzake de vaststelling van zijn WIA-uitkering. Hij stelde dat het UWV destijds verkeerde informatie had verstrekt en looncomponenten onjuist had verrekend, onderbouwd met brieven van de Staatssecretaris en Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
De Raad heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, dat herziening alleen toestaat indien sprake is van feiten of omstandigheden die vóór de uitspraak hebben plaatsgevonden, niet bekend waren en bij bekendheid tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden.
De Raad oordeelt dat verzoeker geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die aan deze strikte voorwaarden voldoen. Het verzoek beoogt een hernieuwde discussie over de onherroepelijke uitspraak, hetgeen niet is toegestaan. Daarom wordt het verzoek om herziening afgewezen.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door M.E. Fortuin, in aanwezigheid van griffier L. Winters, op 22 februari 2023.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de WIA-uitkeringsuitspraak wordt afgewezen wegens ontbreken van enig nieuw feit of nieuwe omstandigheid.