ECLI:NL:CRVB:2023:354
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening ouderdomspensioen naar gehuwdenpensioen wegens ontbreken duurzaam gescheiden leven
Appellante had vanaf mei 2007 een ongehuwdenpensioen op grond van de AOW ontvangen. Na haar huwelijk in april 2008 werd het pensioen tijdelijk herzien naar een gehuwdenpensioen, maar na haar verklaring dat zij duurzaam gescheiden leefde, werd het weer teruggezet naar een ongehuwdenpensioen. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) herzag dit later op basis van onderzoek en stelde vast dat appellante niet duurzaam gescheiden leefde en dat zij na echtscheiding een gezamenlijke huishouding voerde met haar echtgenoot.
De rechtbank oordeelde dat appellante terecht werd herzien naar een gehuwdenpensioen en dat de terugvordering van te veel betaalde bedragen correct was. Appellante stelde in hoger beroep dat zij wel duurzaam gescheiden leefde en dat haar verklaring onder druk was afgelegd, maar dit werd door de Raad verworpen op grond van de feitelijke omstandigheden en verklaringen.
De Raad concludeerde dat appellante sinds het huwelijk haar hoofdverblijf in Oostenrijk had bij haar echtgenoot, met gezamenlijke kosten en activiteiten, en dat ook na de echtscheiding sprake was van een gezamenlijke huishouding. De Svb had de herziening en terugvordering terecht uitgevoerd. Er was geen dringende reden om van herziening of terugvordering af te zien. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De herziening van het ouderdomspensioen naar een gehuwdenpensioen met terugwerkende kracht vanaf april 2008 wordt bevestigd en de terugvordering van te veel ontvangen pensioen is terecht.