Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Samenvatting
Inleiding
Het oordeel van de Raad
(zie de uitspraken van de Raad van 20 december 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:4872 en
27 december 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:5115).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft in 2016 een Wajong-uitkering aangevraagd, die door het UWV is afgewezen vanwege arbeidsvermogen. In 2019 diende appellant een herhaalde aanvraag in met nieuwe medische informatie, waaronder een diagnose ME/CVS, maar het UWV weigerde terug te komen op het eerdere besluit. De rechtbank vernietigde dit besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand. De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep van appellant behandeld en geoordeeld dat het UWV terecht heeft gehandeld.
De Raad overwoog dat de nieuwe medische gegevens geen novum vormen omdat de beperkingen al bij de eerste aanvraag waren meegewogen en dat de diagnose ME/CVS niet leidt tot een andere beoordeling van arbeidsvermogen. Tevens is de Amberperiode, waarin een terugkommogelijkheid bestaat, verlopen. De Raad vond geen aanleiding om een onafhankelijk deskundige te benoemen, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was.
Uiteindelijk bevestigde de Raad de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De weigering van de Wajong-uitkering blijft daarmee in stand en appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht heeft geweigerd terug te komen op het besluit van 18 april 2016 en de weigering van de Wajong-uitkering blijft in stand.