ECLI:NL:CRVB:2023:1698
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat appellant niet duurzaam gescheiden leeft en ouderdomspensioen naar gehuwdennorm terecht toegekend
Appellant, die sinds 2014 een geregistreerd partnerschap heeft, vroeg in februari 2021 een ouderdomspensioen aan op grond van de AOW en verklaarde apart te leven van zijn partner. De Sociale verzekeringsbank kende hem echter een pensioen toe volgens de gehuwdennorm, omdat niet is vastgesteld dat hij duurzaam gescheiden leeft.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat uit de feitelijke omstandigheden blijkt dat appellant en zijn partner een gezamenlijke levenssfeer onderhouden, waaronder regelmatig contact, overnachtingen en gezamenlijke activiteiten. Dit betekent dat appellant niet als ongehuwd wordt aangemerkt voor de AOW.
Appellant voerde aan dat het beleid verouderd is en niet aansluit bij hedendaagse maatschappelijke opvattingen over samenleven, en dat hij ongelijk wordt behandeld ten opzichte van ongehuwden die apart wonen. De Raad verwierp deze bezwaren en benadrukte dat het geregistreerd partnerschap wettelijke gevolgen heeft en dat het aan de wetgever is om eventuele beleidswijzigingen door te voeren.
De Raad bevestigde dat duurzaam gescheiden leven alleen kan worden aangenomen als ondubbelzinnig blijkt dat beide partners een eigen leven leiden alsof zij niet geregistreerd partners zijn. Dit is niet het geval bij appellant. Het hoger beroep werd daarom verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het ouderdomspensioen van appellant is terecht vastgesteld naar de gehuwdennorm omdat hij niet duurzaam gescheiden leeft van zijn partner.