ECLI:NL:CRVB:2023:169
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag Tozo wegens niet-inschrijving Kamer van Koophandel niet indirect discriminerend
Appellante werkte als oppas onder de Regeling Dienstverlening aan huis en diende een aanvraag in voor bijstand op grond van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo). Het college wees de aanvraag af omdat zij niet voldeed aan het urencriterium en niet was ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat het inschrijvingsvereiste en het urencriterium indirect discriminerend zijn voor vrouwen, omdat meer vrouwen dan mannen werkzaamheden onder de Regeling verrichten en deze Regeling geen inschrijving vereist.
De Raad oordeelde dat appellante onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het inschrijvingsvereiste een specifiek nadeel voor vrouwen oplevert. De enkele stelling dat meer vrouwen onder de Regeling werken en dat die Regeling geen inschrijving vereist, is onvoldoende om indirecte discriminatie aan te nemen.
Daarom is het college terecht uitgegaan van het inschrijvingsvereiste en is de afwijzing van de aanvraag terecht. Het urencriterium werd niet nader besproken omdat het oordeel over het inschrijvingsvereiste doorslaggevend was.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De aanvraag voor bijstand op grond van de Tozo wordt afgewezen wegens niet-inschrijving in het handelsregister zonder dat dit indirect discriminerend is.