ECLI:NL:CRVB:2023:1195
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag maatwerkvoorziening woningaanpassing wegens ongeschikte woning zonder toestemming
Appellante, rolstoelafhankelijk en geboren in 1981, verhuisde op 1 november 2019 zonder toestemming van het college naar een woning die niet geschikt was voor haar beperkingen. Zij vroeg op 13 december 2019 een woningaanpassing aan, die door het college op 18 december 2019 werd afgewezen en bevestigd bij bezwaar op 13 juli 2020.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat zij was verhuisd naar de meest geschikte woning die op dat moment beschikbaar was. De Raad toetste dit aan artikel 7.5.1 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning Zwolle 2019, dat vereist dat een aanvrager alleen een woonvoorziening krijgt als hij of zij naar de meest geschikte woning is verhuisd of vooraf schriftelijke toestemming heeft gekregen.
De Raad oordeelde dat appellante niet met controleerbare gegevens aannemelijk had gemaakt dat er geen andere geschikte woning beschikbaar was in de relevante periode. Hierdoor kon niet worden uitgesloten dat geschikte woningen buiten beeld waren gebleven. Daarom was de afwijzing van de aanvraag terecht en werd het hoger beroep afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag voor de woningaanpassing wordt afgewezen omdat appellante zonder toestemming naar een ongeschikte woning is verhuisd en niet aannemelijk heeft gemaakt dat geen geschikte woning beschikbaar was.