Uitspraak
22.1594 AOW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt de Svb tot vergoeding van proceskosten aan appellante tot een bedrag van
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving vanaf 2013 een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO). In 2015 herzag de Sociale verzekeringsbank (Svb) deze voorziening na ontvangst van informatie over mogelijk hoger inkomen, en vorderde terugbetaling van €7.648,38. Appellante verzocht in 2020 om herziening van dit besluit, stellende dat het gebaseerd was op onjuiste gegevens. Dit verzoek werd afgewezen door de Svb en het bezwaar ongegrond verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat het beroep wel ontvankelijk was, omdat het bestuursorgaan niet aannemelijk had gemaakt dat het besluit op de veronderstelde datum was verzonden. De Raad stelde vast dat het besluit waarschijnlijk pas kort voor ontvangst op 26 november 2020 was verzonden, waardoor het beroepschrift van 5 januari 2021 tijdig was ingediend.
Inhoudelijk oordeelde de Raad dat de nieuwe door appellante overgelegde belastingaanslagen geen nieuwe feiten of omstandigheden vormden die tot een ander besluit hadden geleid. Appellante had onvoldoende gegevens verstrekt over haar en haar partner's inkomen en vermogen, ondanks herhaalde verzoeken. De weigering van de Svb om terug te komen op het besluit was daarom niet evident onredelijk of onmiskenbaar onjuist.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep ongegrond, en bevestigde de afwijzing van het verzoek om herziening. Tevens werd de Svb veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om herziening van het AIO-besluit blijft in stand.