Uitspraak
Samenvatting
Inleiding
Uitspraak van de rechtbank
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant was reservist bij de Koninklijke Landmacht en werd geschorst na aangifte van militair joyriden en fraude. De staatssecretaris verleende hem ontslag wegens wangedrag, omdat hij dienstvoertuigen privé gebruikte en onjuiste urendeclaraties indiende. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en liet het ontslag in stand.
In hoger beroep handhaafde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad stelde vast dat het ontslag op grond van artikel 39, tweede lid, aanhef en onder l, van het Algemeen militair ambtenarenreglement (AMAR) terecht was. Het wangedrag was bewezen, mede door een strafrechterlijk vonnis en de erkenning van appellant zelf tijdens de bezwaarprocedure.
Appellant voerde aan dat het ontslag onevenredig was, maar de Raad vond dat het belang van Defensie bij een integere en betrouwbare krijgsmacht zwaarder woog dan het behoud van de aanstelling van appellant. Het hoger beroep werd verworpen, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en appellant kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het ontslag van appellant wegens wangedrag wordt bevestigd en het hoger beroep wordt verworpen.