Betrokkene vroeg op 8 november 2017 dubbele kinderbijslag aan voor zijn zoon met Autisme Spectrum Stoornis. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) wees dit af op basis van een medisch advies van het CIZ en het Beoordelingskader BUK, omdat het kind niet voldeed aan de vereiste minimale zorgscore van vier punten.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en kende de dubbele kinderbijslag toe, omdat zij oordeelde dat de beoordeling van het CIZ niet zorgvuldig was en dat de rechtbank zelf een zorgscore van vier punten kon vaststellen. De SVB ging in hoger beroep tegen dit oordeel, stellende dat een objectieve medische beoordeling vereist is.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de rechtbank ten onrechte zelf in de zaak heeft voorzien zonder objectief medisch advies. Het aanvullende advies van het CIZ in hoger beroep is niet in strijd met de goede procesorde en wordt als betrouwbaar beschouwd. De Raad handhaaft het oorspronkelijke besluit van de SVB dat de zorgscore onvoldoende is voor dubbele kinderbijslag.
Het verzoek van betrokkene om schadevergoeding wordt afgewezen en de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven in stand. De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank voor zover deze zelf in de zaak heeft voorzien.