Uitspraak
20 733 WIA
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
17 oktober 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:3287).
Centrale Raad van Beroep
Appellant, die zich ziek meldde na een auto-ongeval met whiplash, kreeg een WIA-uitkering toegekend op basis van beperkingen vastgesteld in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Werkgever maakte bezwaar tegen het maatmaninkomen dat slechts op één maand was gebaseerd, waarna een herberekening plaatsvond over het gehele refertejaar. Het Uwv trok de uitkering in omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bleek.
De rechtbank oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen in de FML juist waren vastgesteld. Ook de correctheid van de referteperiode en het maatmaninkomen werd bevestigd. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de salarisverhoging een functiewijziging betrof en dat de medische beoordeling onvolledig was, maar deze argumenten werden verworpen.
De Raad volgde de rechtbank en het Uwv, benadrukte dat de loonsverhoging niet leidde tot een maatmanwisseling en dat de medische beperkingen adequaat waren vastgesteld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking van de WIA-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De WIA-uitkering is terecht ingetrokken omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedraagt.