Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
1 en 2 ongegrond verklaard.
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving sinds 2013 bijstand op grond van de Participatiewet. Na een rechtmatigheidsonderzoek verzocht het college haar meerdere malen om aanvullende bankgegevens en afschriften, die zij niet volledig verstrekte. Het college schortte de bijstand op en trok deze later in vanwege het niet binnen de gestelde termijnen aanleveren van de gevraagde gegevens.
Appellante diende daarna opnieuw aanvragen in, die het college buiten behandeling stelde wegens onvolledigheid van de verstrekte informatie. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij alle benodigde stukken had ingeleverd en dat zij niet alle bankafschriften kon overleggen vanwege kosten en beperkte taalvaardigheid.
De Raad oordeelde dat het vermoeden van volledige gegevensverstrekking op basis van ontvangstbewijzen niet doorslaggevend is, mede omdat appellante zelf verklaarde niet alle stukken te hebben ingediend. Ook haar persoonlijke omstandigheden en financiële beperkingen konden niet verhinderen dat het college in redelijkheid tot intrekking en buiten behandeling stelling kon besluiten. De Raad bevestigde daarom de bestreden uitspraken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de bijstand en de buiten behandeling stelling van de aanvraag wegens het niet tijdig verstrekken van alle gevraagde gegevens.