ECLI:NL:CRVB:2022:663
Centrale Raad van Beroep
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Vergoeding schade en proceskosten wegens overschrijding redelijke termijn in WIA-procedure
Appellante had hoger beroepen ingesteld tegen beslissingen van het UWV inzake haar WIA-uitkering. Het UWV heeft op 4 juni 2021 gewijzigde beslissingen op bezwaar genomen, waarmee volledig aan de bezwaren van appellante is tegemoetgekomen. Hierdoor zijn de hoger beroepen ingetrokken.
De Raad heeft het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die appellante redelijkerwijs heeft moeten maken voor de behandeling van het bezwaar, de beroepen en de hoger beroepen. Daarnaast is vastgesteld dat de redelijke termijn voor de procedure met ruim een jaar en negen maanden is overschreden, zowel in de bestuurlijke als in de rechterlijke fase.
Op grond daarvan is het UWV veroordeeld tot een immateriële schadevergoeding van €727,27 en de Staat tot €1.272,73. Tevens zijn de proceskosten in hoger beroep wegens de termijnoverschrijding verdeeld tussen de Staat en het UWV. Appellante kan het betaalde griffierecht rechtstreeks bij het UWV claimen.
Uitkomst: Het UWV en de Staat worden veroordeeld tot vergoeding van schade en proceskosten wegens overschrijding van de redelijke termijn in de WIA-procedure.