ECLI:NL:CRVB:2022:657
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- T. Avedissian
- J.C.F. Talman
- Rechtspraak.nl
Vervallen vakantie-uren ambtenaar en toekenning dwangsom wegens te late beslissing bezwaar
Appellant, werkzaam bij de Belastingdienst sinds 1982, maakte bezwaar tegen het vervallen van vakantie-uren over 2015 en 2016. De staatssecretaris had 144 vakantie-uren over 2016 laten vervallen, maar 72 uren niet vanwege ziekte. Appellant betoogde aanspraak te hebben op alle 144 uren en stelde dat de staatssecretaris zijn informatieplicht had geschonden en dat gerechtvaardigd vertrouwen was gewekt dat de uren niet zouden vervallen. Deze betogen werden verworpen omdat appellant niet aannemelijk maakte dat hij wegens ziekte niet in staat was de uren op te nemen en hij wist of had kunnen weten van het verval.
Verder stelde appellant dat de ingebrekestelling wegens te late beslissing op bezwaar niet prematuur was. De Raad oordeelde dat de staatssecretaris vanaf 11 mei 2019 een dwangsom verschuldigd is en kende een dwangsom van €1.442 toe. Ten aanzien van 44 vakantie-uren over 2015 die waren afgeboekt verklaarde de Raad het bezwaar tegen niet-ontvankelijkheid onjuist en vernietigde het besluit hierover.
De Raad vernietigde de aangevallen uitspraak van de rechtbank en de bestreden besluiten voor zover geen dwangsom was toegekend en het bezwaar niet-ontvankelijk was verklaard. De staatssecretaris werd veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht werd aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, dwangsom toegekend en de niet-ontvankelijkverklaring van bezwaar vernietigd.