Betrokkene diende op 31 december 2015 een aanvraag in voor bijzondere bijstand voor de aanschaf van kleding tot een bedrag van €900,07. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees deze aanvraag af, stellende dat de kosten tot de algemeen noodzakelijke kosten behoren en dat reeds bijzondere bijstand was toegekend voor een volledige herengarderobe.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep gegrond en kende betrokkene bijzondere bijstand toe van €900,07, mede gebaseerd op een rapport van Argonaut van 27 december 2016 waarin werd vastgesteld dat er sprake was van medische noodzaak. Het college stelde echter in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte zelf in de zaak had voorzien, omdat het rapport geen onderbouwing gaf voor het toegekende bedrag.
Een nader rapport van Argonaut van 29 januari 2019 adviseerde een bedrag van €534,- per jaar voor extra kosten, waarvan na aftrek van een vergoeding voor kledingbewassing €414,- resteert. De Raad oordeelt dat de koppeling aan de Nibud-normen niet onredelijk is en vernietigt het vonnis van de rechtbank voor zover het het hogere bedrag toekende. De Raad kent zelf bijzondere bijstand toe van €414 voor 2015.
Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak vervangt het vernietigde besluit van 20 oktober 2016.