Uitspraak
20 1301 WIA
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
€ 178,- vergoedt.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant, laatst werkzaam als paprikaplukker, kreeg een WIA-uitkering wegens psychische klachten. Na een herbeoordeling in 2018 concludeerde het UWV dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en beëindigde de uitkering. Appellant voerde aan dat het onderzoek onzorgvuldig was, dat er sprake was van lichamelijke klachten die niet werden erkend, en dat er sprake was van een taalbarrière tijdens het psychiatrisch onderzoek.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd. De Raad volgde dit oordeel en voegde toe dat een spreekuurcontact met een verzekeringsarts geen toegevoegde waarde had gezien het uitgebreide psychiatrische onderzoek en de beschikbare medische informatie. Ook werd het beroep op het arrest Korošec besproken, waarbij werd vastgesteld dat appellant geen belemmeringen had ondervonden in het proces en dat het equality of arms-beginsel niet was geschonden.
De Raad concludeerde dat de medische beoordeling voldoende gemotiveerd was en dat de beperkingen van appellant niet waren onderschat. Het gebrek in de motivering van het bestreden besluit werd met toepassing van artikel 6:22 Awb Pro gepasseerd omdat het belang van appellant niet was geschaad. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Het UWV werd veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De WIA-uitkering van appellant is terecht beëindigd en het hoger beroep wordt verworpen.