ECLI:NL:CRVB:2022:2797
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens impasse in arbeidsrelatie en afwijzing verzoek nabetaling salaris
Appellante was sinds 2004 werkzaam bij de gemeente Hilversum en meldde zich in september 2017 ziek. Na advies van de bedrijfsarts om geleidelijk te hervatten, heeft zij haar werkzaamheden niet hervat. Het college stopzette de salarisbetaling en legde uiteindelijk ontslag op wegens ernstig plichtsverzuim, omdat appellante afspraken bij de bedrijfsarts zonder bericht niet was nagekomen.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het ontslag ongegrond, maar de Raad vernietigde dit in 2021 en bepaalde dat het ontslag onevenredig was. Het college wijzigde daarop de ontslaggrond naar een impasse in de arbeidsrelatie en verleende eervol ontslag per 23 april 2018 of subsidiair per 28 januari 2019. Het verzoek tot (na)betaling van salaris wees het college af.
De Raad oordeelt dat de impasse aannemelijk is vanwege het niet hervatten van werk, het niet verschijnen bij bedrijfsartsafspraken en het niet ingaan op het voorstel voor een externe deskundige. Voortzetting van het dienstverband kon niet worden verlangd. Het verzoek tot (na)betaling van salaris is afgewezen omdat eerdere besluiten rechtsgeldig zijn en geen nieuwe feiten zijn aangevoerd. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het ontslag wegens impasse in de arbeidsrelatie bevestigd; het verzoek tot (na)betaling van salaris wordt afgewezen.