ECLI:NL:CRVB:2022:2733
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag gehandicaptenparkeerkaart passagier wegens gebrek aan medewerking medisch onderzoek
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een gehandicaptenparkeerkaart passagier door het college van burgemeester en wethouders van Utrecht. De afwijzing was gebaseerd op het feit dat zij niet wilde meewerken aan een medisch onderzoek in de vorm die de medisch adviseur van Treve noodzakelijk achtte. Zonder dit onderzoek kon de medische noodzaak niet worden vastgesteld.
De rechtbank Midden-Nederland heeft het beroep van appellante ongegrond verklaard, waarbij zij oordeelde dat het college terecht vasthield aan de Regeling gehandicaptenparkeerkaart en het VIA-protocol, die een medisch onderzoek of huisbezoek voorschrijven voor een eerste aanvraag. Appellante had geen medische stukken overlegd waaruit bleek dat een huisbezoek te belastend zou zijn.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het college volstaan had met het opvragen van medische informatie bij haar kinderpsychiater en eerdere rapportages, en dat een huisbezoek onnodig en te belastend was. De Raad onderschreef echter het oordeel van de rechtbank en stelde vast dat er geen objectieve medische bezwaren tegen het medisch onderzoek waren aangevoerd.
De Centrale Raad van Beroep verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de afwijzing van de aanvraag. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag voor een gehandicaptenparkeerkaart passagier wordt bevestigd wegens het ontbreken van medewerking aan het noodzakelijke medisch onderzoek.