Uitspraak
18.3839 WIA
OVERWEGINGEN
BESLISSING
€ 172,- vergoedt.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, voormalig productiemedewerker, heeft meerdere keren toegenomen arbeidsongeschiktheid gemeld sinds 2010 vanwege rug- en psychische klachten. Het UWV heeft telkens vastgesteld dat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt is, waardoor geen recht op een WIA-uitkering bestaat. Na bezwaar en beroep bleef dit besluit in stand.
In hoger beroep heeft appellant een psychiatrisch rapport overgelegd en verzocht om benoeming van een onafhankelijke deskundige. De Raad heeft een psychiater benoemd die concludeerde dat appellant een aanpassingsstoornis met sombere stemming heeft, zonder aanwijzingen voor ernstiger psychische aandoeningen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep volgde dit oordeel en paste de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) aan.
De arbeidsdeskundige stelde vast dat appellant geschikt is voor diverse functies, waaronder textielproductenmaker en medewerker logistiek, ondanks het gebruik van een stok. Alleen de functie medewerker tuinbouw werd als ongeschikt beoordeeld vanwege fysieke beperkingen. De mate van arbeidsongeschiktheid werd berekend op circa 29,7%, onder de 35% grens.
De Raad oordeelt dat het deskundigenrapport zorgvuldig en overtuigend is en dat het UWV terecht het standpunt handhaaft dat appellant niet toegenomen arbeidsongeschikt is. Het verzoek om een onafhankelijke arbeidsdeskundige wordt afgewezen. De eerdere uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd met verbetering van gronden. Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is.