Uitspraak
20.3773 WAJONG
23 september 2020, 20/638 (aangevallen uitspraak)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante, geboren in 1993 met spina bifida, vroeg in 2011 een Wajong-uitkering aan. Het UWV besloot toen dat zij minder dan 25% arbeidsongeschikt was en wees de uitkering af. Deze beslissing werd niet aangevochten en werd definitief.
In 2019 diende appellante een herhaalde aanvraag in. Het UWV voerde een verzekeringsgeneeskundig onderzoek uit en concludeerde dat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die aanleiding gaven het eerdere besluit te herzien. Het bezwaar van appellante werd ongegrond verklaard.
De rechtbank bevestigde dit oordeel en stelde dat het UWV zorgvuldig had gehandeld en de medische beoordeling uit 2011 juist was. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar belastbaarheid lager is dan destijds aangenomen, onderbouwd met wetenschappelijke literatuur en een brief van een revalidatiearts.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat deze stukken geen nieuwe feiten bevatten die een herziening rechtvaardigen. De medische beoordeling uit 2011 blijft standhouden en het verzoek om een belastbaarheidsonderzoek of het inschakelen van een onafhankelijke deskundige werd afgewezen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van de Wajong-uitkering wordt bevestigd.