Uitspraak
21.3607 WIA
OVERWEGINGEN
BESLISSING
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving een WIA-uitkering vanwege arbeidsongeschiktheid en betwistte de vaststelling van haar beperkingen en de toegepaste maatmanfunctie. Na eerdere uitspraken en herzieningen heeft het UWV de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) aangepast aan de beperkingen zoals vastgesteld door een deskundige. De Raad heeft in een eerdere uitspraak het UWV opgedragen deze beperkingen over te nemen.
Appellante voerde aan dat haar beperkingen ernstiger waren dan erkend en dat de maatmanfunctie en het loon onjuist waren vastgesteld. Tevens stelde zij bezwaar tegen het bijduiden van functies die haar resterende verdiencapaciteit zouden verhogen. Het UWV verdedigde haar besluit met een arbeidsdeskundig rapport dat de beperkingen en functies passend achtte.
De Raad oordeelt dat het UWV de uitspraak van 3 februari 2021 correct heeft uitgevoerd door de FML aan te passen en dat de maatmanfunctie terecht is vastgesteld. De bezwaren van appellante over de ernst van beperkingen en loonhoogte slagen niet, mede omdat de arbeidsdeskundige toelichtte dat verlofuren en loon correct zijn meegenomen. Het bijduiden van functies leidt niet tot een verslechtering van de uitkeringspositie en is daarmee geoorloofd.
De Raad acht de geselecteerde functies passend binnen de beperkingen, waarbij ook praktische voorzieningen mogelijk zijn. De verwijzing van appellante naar de toeslagenaffaire is juridisch en feitelijk niet vergelijkbaar. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV blijft in stand.