ECLI:NL:CRVB:2022:1979
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek terugkomen op Wajong-besluit wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant heeft in 2010 een Wajong-uitkering aangevraagd, die door het UWV is afgewezen omdat hij geacht werd meer dan 75% van het minimumloon te kunnen verdienen. Appellant heeft geen bezwaar gemaakt tegen dit besluit, waardoor het in rechte vaststaat.
In 2018 heeft appellant een nieuwe aanvraag ingediend, opgevat als een verzoek om terug te komen op het eerdere besluit. Dit verzoek is door het UWV afgewezen omdat appellant geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden heeft aangevoerd. De rechtbank heeft dit standpunt onderschreven en geoordeeld dat de medische informatie die appellant aanvoert betrekking heeft op perioden na 2010 en geen nieuwe feiten oplevert.
Appellant voerde aan dat zijn klachten sinds 2014 zijn toegenomen en dat er sprake is van onderbehandelde ADHD en comorbiditeit, maar de Raad oordeelt dat deze toename niet valt binnen de wettelijke termijnen en dat er geen sprake is van een geheel andere ziekteoorzaak.
De Raad bevestigt dat het aan appellant is om nieuwe feiten aan te dragen en dat het UWV niet verplicht is zelf aanvullend onderzoek te doen. De afwijzing van het verzoek om terug te komen op het besluit is niet evident onredelijk, zodat het hoger beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om terug te komen op het Wajong-besluit van 2010 wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.