ECLI:NL:CRVB:2022:1964
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzoek verlaagde eigen bijdrage huurwoning Curaçao afgewezen wegens niet voldoen aan voorwaarden VBD
Appellant, een militair ambtenaar, werd met ingang van 1 juli 2018 geplaatst op Curaçao. Hij had zijn eigendomswoning in Nederland verkocht en woonde tijdelijk in een huurwoning. Later werd hij eigenaar van een nieuwbouwwoning in aanbouw, maar verhuisde vanuit een huurwoning naar Curaçao. Hij verzocht om een verlaagde eigen bijdrage voor zijn huurwoning op Curaçao, gebaseerd op artikel 13, zevende lid, van het Voorzieningenstelsel buitenland defensiepersoneel (VBD).
De staatssecretaris wees het verzoek af omdat appellant niet vanuit zijn eigendomswoning was verhuisd, een vereiste voor de verlaagde eigen bijdrage. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het beroep op het vertrouwensbeginsel en de hardheidsclausule niet slaagden.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad stelde dat de tekst van artikel 13, zevende lid, duidelijk vereist dat de defensieambtenaar voorafgaand aan de verhuizing in zijn eigendomswoning moet hebben gewoond. De hardheidsclausule uit artikel 28 VBD Pro is niet van toepassing omdat geen bijzondere omstandigheden zijn gebleken. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen concrete toezeggingen van de overheid waren aangetoond.
De Raad concludeerde dat appellant niet in aanmerking komt voor de verlaagde eigen bijdrage en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot verlaagde eigen bijdrage wordt afgewezen.