Uitspraak
21 3881 WIA
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
€ 3.415,50;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante was langdurig ziek en ontving ziekengeld van het UWV. Na meerdere ziekmeldingen en medische beoordelingen beëindigde het UWV haar ziekengeld per 11 mei 2020, omdat zij volgens de verzekeringsarts geschikt werd geacht voor haar arbeid. Appellante stelde dat het medisch onderzoek niet zorgvuldig was en dat haar beperkingen op de datum in geding werden onderschat.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en de belastbaarheid juist was vastgesteld. In hoger beroep volgde de Centrale Raad van Beroep appellante deels in haar standpunt dat het onderzoek aanvankelijk niet met de vereiste zorgvuldigheid was uitgevoerd, omdat zij niet op spreekuur was gezien rond de datum van 11 mei 2020. Dit zorgvuldigheidsgebrek is echter hersteld doordat zij in 2022 alsnog op spreekuur is gezien en beoordeeld.
De Raad concludeerde dat de beperkingen van appellante op de datum in geding voldoende waren meegewogen en dat er geen medische informatie was die tot een ander oordeel zou leiden. Ook de beëindiging van het ziekengeld was tijdig en rechtsgeldig bekendgemaakt. Het hoger beroep werd afgewezen, het verzoek tot schadevergoeding werd geweigerd en het UWV werd veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten van appellante.