ECLI:NL:CRVB:2022:169
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen toekenning van bijstand met terugwerkende kracht wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellante heeft meerdere keren bijstand aangevraagd op grond van de Participatiewet. De eerste aanvragen werden afgewezen vanwege het voeren van een gezamenlijke huishouding en zonder beroep tegen die besluiten. Bij de aanvraag van 23 oktober 2018 vroeg zij bijstand met ingang van 8 mei 2018, maar het college kende bijstand toe vanaf 23 oktober 2018 zonder terugwerkende kracht.
De rechtbank vernietigde het besluit tot toekenning van bijstand met ingang van 23 oktober 2018, maar liet de rechtsgevolgen van dat besluit in stand. In hoger beroep betoogde appellante dat bijstand met terugwerkende kracht toegekend moest worden vanwege bijzondere omstandigheden, onder verwijzing naar eerdere jurisprudentie.
De Raad oordeelde dat volgens vaste rechtspraak bijstand in beginsel niet met terugwerkende kracht wordt toegekend, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen. Omdat op eerdere aanvragen reeds was beslist en geen bijzondere omstandigheden waren gebleken, kon appellante geen beroep doen op terugwerkende kracht. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Bijstand wordt niet met terugwerkende kracht toegekend vanwege het ontbreken van bijzondere omstandigheden.