ECLI:NL:CRVB:2022:1489
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onvoorwaardelijk ontslag wegens ernstig plichtsverzuim door huiselijk geweld
Betrokkene, werkzaam als politieambtenaar, werd op 11 december 2018 onvoorwaardelijk ontslagen wegens ernstig plichtsverzuim, namelijk het meerdere malen plegen van huiselijk geweld. Dit besluit werd gehandhaafd na bezwaar en leidde tot een gerechtelijke procedure.
De rechtbank oordeelde dat het besluit aanvankelijk onbevoegd was genomen vanwege mandaatproblemen, maar dat dit gebrek was hersteld door bekrachtiging van de korpschef. De Raad heroverwoog dit en concludeerde dat mandaatverlening in deze context toelaatbaar is en dat het gebrek door bekrachtiging is hersteld.
De Raad stelde vast dat betrokkene zich schuldig heeft gemaakt aan ernstig plichtsverzuim door het duwen en schoppen van zijn toenmalige echtgenote, wat ook door de officier van justitie werd bevestigd. Ondanks betrokkene's omstandigheden en verweer, oordeelde de Raad dat het ontslag niet onevenredig is gezien de ernst van de gedragingen en de voorbeeldfunctie van betrokkene.
Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd, met verbeterde gronden. De korpschef hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het onvoorwaardelijk ontslag van betrokkene wegens ernstig plichtsverzuim door huiselijk geweld wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.