Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 30 april 2021 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
de korpschef van politie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Verweerder acht eiser volledig verantwoordelijk voor de gemaakte keuze om, nadat er relatieproblemen waren ontstaan, met zijn ex-echtgenote samen te blijven wonen en zich aldus in een situatie te brengen dat hij huiselijk geweld heeft gepleegd. Er zijn in het onderzoek dat aan de besluitvorming ten grondslag ligt geen aanknopingspunten te vinden voor de conclusie dat de gedragingen niet aan eiser zijn toe te rekenen.
Verweerder acht de straf van onvoorwaardelijk ontslag evenredig aan het geconstateerde plichtsverzuim. Het plegen van huiselijk geweld is een misdrijf van ernstige aard. Eiser heeft als hoofdagent een voorbeeldfunctie en hij heeft er onvoldoende blijk van gegeven dat hij zich daarvan bewust was. Verweerder stelt dat het dienstbelang dient te prevaleren boven het belang van eiser bij de handhaving van zijn dienstverband.
Was verweerder bevoegd om het bestreden besluit te nemen?
“
Er kunnen zich twee gevallen voordoen waarin de aard van de bevoegdheid zich tegen de mandaatverlening verzet. Ten eerste het geval dat de bevoegdheid een zodanig karakter heeft, dat mandaatverlening in het geheel uitgesloten moet worden geacht, omdat de besluitvorming door het orgaan dat de wetgever heeft aangewezen (meestal het hoogste politieke orgaan) moet plaatsvinden. Bij wijze van voorbeeld kan worden genoemd de bevoegdheid van de Minister van VROM aanwijzingen te geven aan gemeenten op grond van artikel 37 van Pro de Wet op de Ruimtelijke Ordening. Aan de jurisprudentie kunnen worden ontleend de voorbeelden van het opleggen van een disciplinaire straf (men zie CRvB 1-9-88, TAR 1988, 204) en het geven van bepaalde noodbevelen door de burgemeester (Afd. rechtspraak 17-12-1991, AB 1992, 550 en Hof Amsterdam 4-5-1990, AB 1991, 30). Het gaat in die gevallen immers om een zeer zware bevoegdheid”. [1] De rechtbank stelt vast dat het opleggen van disciplinaire straffen uitdrukkelijk is genoemd als voorbeeld van een bevoegdheid, die niet kan worden gemandateerd. Het primaire besluit en het bestreden besluit zijn niet genomen door de korpschef, maar door een waarnemend politiechef. In dit geval is dus sprake van een onbevoegde mandatering en daarom van een onbevoegd genomen besluit. Dit betekent dat aan het bestreden besluit een gebrek kleeft.
“
Op 30 augustus 2018, werd toestemming verkregen van de Officier van Justitie van het parket Midden-Nederland, [Officier van Justitie] , om dat strafrecht dossier te voegen bij het intern onderzoek”.
Dit rapport is blijkens de ondertekening naar waarheid opgemaakt. Hierin en in hetgeen overigens is aangevoerd, ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat verweerder geen toestemming had om gebruik te maken van het strafrechtelijk dossier. Een afzonderlijke door de Officier van Justitie ondertekende verklaring is hiervoor niet nodig. Voor zover eiser van mening is dat de Officier van Justitie geen toestemming had mogen verlenen, dient hij zich te wenden tot het Openbaar Ministerie. De beroepsgrond slaagt niet.
1. Heeft eiser zich schuldig gemaakt aan de gedragingen die hem worden verweten?
2. Zijn de gedragingen aan te merken als plichtsverzuim?
3. Zijn de gedragingen aan eiser toe te rekenen?
4. Is het opleggen van onvoorwaardelijk strafontslag evenredig aan het plichtsverzuim?
Heeft eiser zich schuldig gemaakt aan de gedragingen die hem worden verweten?
“
Toen ik haar net gepasseerd was, voelde ik dat [naam ex-echtgenote] mij tegen mijn achterhoofd sloeg. Naar mijn idee sloeg zij met haar vlakke hand. Uit reactie heb ik mij omgedraaid en haar met mijn rechter been opzettelijk tegen haar linker been geschopt. Volgens mij raakte ik haar boven haar knie. Ik heb met kracht geschopt. Toen ik haar geraakt had, struikelde of viel [naam ex-echtgenote]. Ik heb niet precies gezien wat er gebeurde, want ik ben gelijk weggelopen”.
Tijdens de hoorzitting op 20 november 2018 heeft eiser verklaard dat hij zijn ex-echtgenote heeft geschopt. In de zienswijze van 30 oktober 2018 heeft eiser vermeld dat er tweemaal een incident is geweest, waarbij sprake is geweest van huiselijk geweld. Ter zitting heeft eiser verklaard dat in zijn verklaringen staat wat er gebeurd is en dat hij dat erkend heeft.