ECLI:NL:CRVB:2022:1407
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldig medisch onderzoek bevestigd
Appellant, voormalig algemeen medewerker bouwplaats, ontving na het bereiken van de maximale WW-uitkering een Ziektewetuitkering. Deze uitkering werd beëindigd na een medisch onderzoek door een verzekeringsarts, waarna appellant bezwaar maakte tegen dit besluit. Het bezwaar werd ongegrond verklaard op basis van een rapport van een arts bezwaar en beroep, in opleiding tot verzekeringsarts, met contraseign van een verzekeringsarts.
De rechtbank oordeelde dat de arts in opleiding bevoegd was zelfstandig medisch onderzoek te verrichten en dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd. Appellant stelde in hoger beroep dat het onderzoek onzorgvuldig was omdat het in bezwaar niet door een verzekeringsarts maar door een arts in opleiding was uitgevoerd en dat de contraseign onvoldoende waarde had.
De Raad concludeerde dat de arts in opleiding bevoegd was volgens de Controlevoorschriften en dat de bezwaarfase geen afwijking van deze regel vereist. Het onderzoek was zorgvuldig, inclusief een goede weergave van de maatstaf arbeid en een uitgebreide rapportage. De medische stukken die appellant aanvoerde gaven geen aanleiding tot herziening van het oordeel over zijn belastbaarheid.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de eerdere uitspraak en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beëindiging van de Ziektewetuitkering wordt bevestigd na een zorgvuldig en bevoegd medisch onderzoek.