Appellant had op 11 mei 2016 een ouderdomspensioen aangevraagd naar de gehuwdennorm. Na melding van gescheiden leven in 2018 en een aanvraag tot wijziging in januari 2020, kende de Sociale Verzekeringsbank (Svb) een ongehuwdenpensioen toe met ingang van 1 maart 2019. Appellant stelde dat de ingangsdatum eerder moest zijn, namelijk 8 februari 2018, toen zijn ex-partner de gezamenlijke woning verliet.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en volgde de Svb dat duurzaam gescheiden leven pas vanaf het moment van stopzetting van financiële bijdragen aan de woning bestond. In hoger beroep oordeelt de Raad dat duurzaam gescheiden leven al op 1 januari 2019 bestond, gelet op mediation, beëindiging samenwoning, beperkte financiële bijdragen en feitelijk gescheiden leven.
De Raad vernietigt de aangevallen uitspraak en het bestreden besluit, herroept het besluit van 10 juni 2020 en bepaalt dat appellant vanaf 1 januari 2019 recht heeft op het ongehuwdenpensioen. Tevens worden de proceskosten aan appellant toegewezen.