Appellante ontving bijstand op grond van de Participatiewet en verkocht gedurende een periode kleding en accessoires via Facebook zonder dit te melden aan het college. Naar aanleiding van een anonieme melding heeft het college de openbare Facebookpagina van appellante geraadpleegd, wat een beperkte en gerechtvaardigde inbreuk op haar privacy vormde. Het college trok de bijstand over de periode januari tot april 2018 geheel in en vorderde de kosten terug.
De Raad oordeelt dat het raadplegen van de openbare Facebookpagina wettelijk was toegestaan en proportioneel was, zodat de onderzoeksbevindingen gebruikt mochten worden. Appellante heeft de inlichtingenverplichting geschonden door haar verkoopactiviteiten en inkomsten niet te melden, maar het college had het recht op bijstand schattenderwijs moeten vaststellen in plaats van volledig intrekken.
De Raad herroept het besluit tot intrekking, stelt het recht op bijstand herzien vast met een maandelijkse vermindering van € 578,15 en bepaalt de terugvordering op € 2.312,50. Tevens wordt het college veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht aan appellante vergoed.