ECLI:NL:CRVB:2022:1124
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing plaatsingsaanvraag Medewerker Tactische Opsporing en Medewerker GGP
Appellant diende een aanvraag in om geplaatst te worden in de functie van Medewerker Tactische Opsporing (TO) of Medewerker GGP, beide in salarisschaal 6. De korpschef wees deze aanvraag af omdat de feitelijke werkzaamheden van appellant niet in overwegende mate voldeden aan de niveaubepalende elementen van deze functies. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond.
In hoger beroep stond centraal of de werkzaamheden van appellant wezenlijk afweken van zijn huidige functie en voldeden aan de kern van de functies Medewerker TO of Medewerker GGP. De Raad overwoog dat appellant zijn werkzaamheden voornamelijk zelfstandig op het politiebureau verrichtte binnen het vakgebied GGP, maar niet over de volle breedte van het vakgebied werkte zoals vereist voor de hogere functies. Ook de mate van zelfstandigheid was niet discriminerend ten opzichte van zijn huidige functie.
De Raad volgde de korpschef in zijn standpunt dat appellant niet het vereiste niveau had bereikt om te worden geplaatst in de gevraagde functies. De werkzaamheden van appellant vielen niet binnen het vakgebied TO, dat zich richt op complexere tactische opsporing. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag tot plaatsing in de functies Medewerker TO en Medewerker GGP wordt afgewezen omdat de werkzaamheden niet voldoen aan de niveaubepalende elementen.