Uitspraak
20 1631 PW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
.
Centrale Raad van Beroep
Appellante vroeg bijstand aan omdat zij sinds 1 oktober 2018 geen kinderbijslag en kindgebonden budget, inclusief de ALO-kop, meer ontving voor haar 17-jarige studerende zoon. Zij stelde dat zij daardoor niet kon voldoen aan haar onderhoudsplicht en dat zij gecompenseerd moest worden via de Participatiewet (PW).
De Raad oordeelde dat de zoon niet tot het gezin van appellante behoorde in de zin van de PW omdat hij studiefinanciering ontving en ouder dan 17 was. Hierdoor vielen de kosten van zijn levensonderhoud niet onder de noodzakelijke kosten van appellante. Bovendien had appellante zelf voldoende inkomsten uit arbeid boven de bijstandsnorm.
De Raad verwierp het beroep op artikel 18, eerste lid, van de PW en op bijzondere bijstand uit artikel 35 PW Pro. Ook het beroep op het Internationaal Verdrag inzake de rechten van het kind (IVRK) leidde niet tot een ander oordeel. De Raad bevestigde daarmee het eerdere besluit van het college en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag van appellante wordt afgewezen omdat haar studerende zoon niet tot haar gezin behoorde en zij voldoende eigen middelen had.