ECLI:NL:CRVB:2021:825
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.S. de Vries
- R.E. Bakker
- D. HardonkPrins
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van niet-ontvankelijkheid bezwaar en rechtmatigheid verrekening eigen bijdrage Wlz
Appellant ontving langdurige zorg op grond van de AWBZ en Wlz en was een eigen bijdrage verschuldigd die door het Uwv werd ingehouden op zijn Wajong-uitkering. CAK stelde de eigen bijdrage vast en verzond het besluit aan de bewindvoerder van appellant. Appellant maakte te laat bezwaar, wat door de rechtbank als niet-verschoonbaar werd beoordeeld. Tevens werd een brief van CAK van informatieve aard geoordeeld, niet als besluit.
CAK verrekende een correctie van €6.403,04 met een openstaande vordering van €2.875,93. Appellant betwistte deze verrekening en stelde dat rekening had moeten worden gehouden met de beslagvrije voet. De rechtbank oordeelde dat CAK bevoegd was tot verrekening en dat de beslagvrije voet niet van toepassing was.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep de eerdere oordelen. De Raad benadrukte dat de bewindvoerder tijdig bezwaar had moeten maken en dat de brief geen besluit was. De verrekening door CAK was rechtmatig en de beslagvrije voet was niet van toepassing in deze situatie. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het bezwaar niet-ontvankelijk is en dat de verrekening door CAK rechtmatig is zonder toepassing van de beslagvrije voet.