Uitspraak
- wijst het verzoek om wraking af;
- bepaalt dat een volgend verzoek om wraking in dit hoger beroep niet in behandeling wordt genomen.
Centrale Raad van Beroep
Verzoeker heeft in hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank een wrakingsverzoek ingediend tegen de behandelend rechter, naar aanleiding van procedurele beslissingen zoals het sluiten van het vooronderzoek en het agenderen van de zitting zonder uitstel.
De Raad overweegt dat wrakingsgronden moeten berusten op feiten of omstandigheden die wijzen op vooringenomenheid van de rechter. De genomen procedurele beslissingen kunnen alleen tot wraking leiden indien zij objectief niet anders kunnen worden uitgelegd dan als blijk van vooringenomenheid. Dergelijke omstandigheden zijn niet gebleken.
Verzoeker had reeds vóór de zitting een wrakingsverzoek ingediend zonder de mogelijkheid te benutten om ter zitting nadere toelichting te geven. Dit wordt gezien als misbruik van recht. Daarom wordt niet alleen het verzoek afgewezen, maar ook bepaald dat een volgend wrakingsverzoek van verzoeker in dit hoger beroep niet in behandeling wordt genomen.
De Raad benadrukt dat verzoeker ter zitting alsnog kan aangeven waarom het beroep niet gereed is voor afdoening en waarom nadere stukken nodig zijn, waarna de behandelend rechter daarover een procedurele beslissing kan nemen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De beslissing is op 12 april 2021 uitgesproken door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen en een volgend wrakingsverzoek wordt niet in behandeling genomen.