ECLI:NL:CRVB:2021:62
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening ouderdomspensioen wegens ontbreken duurzaam gescheiden leven
Appellant ontving sinds januari 2011 een AOW-uitkering voor een ongehuwde pensioengerechtigde. Na melding van zijn huwelijk in 2016 met een echtgenote die in Marokko woont, heeft de Sociale verzekeringsbank (Svb) het pensioen per juni 2016 herzien naar een gehuwdenpensioen. Appellant stelde bezwaar in en voerde aan dat sprake was van duurzaam gescheiden leven. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat uit het onderzoek bleek dat appellant en zijn echtgenote een gezamenlijke huishouding voerden en regelmatig contact hadden.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het huwelijk in Marokko niet rechtsgeldig zou zijn en dat hij duurzaam gescheiden leefde. De Raad oordeelde dat appellant dit niet onderbouwde en verwees naar vaste rechtspraak dat duurzaam gescheiden leven betekent dat echtgenoten een eigen leven leiden alsof zij niet gehuwd zijn, waarbij feitelijke omstandigheden doorslaggevend zijn. Het enkele feit dat zij niet samenwonen is onvoldoende.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat geen duurzaam gescheiden leven bestond en verwierp het hoger beroep. De uitspraak bevestigt dat het ouderdomspensioen terecht is aangepast. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het ouderdomspensioen is terecht herzien naar gehuwdenpensioen.