ECLI:NL:CRVB:2021:3150
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang na gewijzigde beslissing UWV
In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 10 augustus 2020. Het geschil betrof een vordering tot schadevergoeding, proceskostenvergoeding en vergoeding van griffierecht jegens het UWV.
Tijdens de zitting op 2 december 2021, waarbij partijen niet zijn verschenen, heeft de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Dit omdat het UWV bij een gewijzigde beslissing op bezwaar van 29 november 2021 volledig tegemoet is gekomen aan de vorderingen van appellant.
Hierdoor bestaat er geen actueel geschil meer over de gevraagde vergoedingen en is het hoger beroep zonder inhoudelijke behandeling afgewezen. De beslissing is in het openbaar uitgesproken en vastgelegd in het proces-verbaal van de mondelinge uitspraak.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang na gewijzigde beslissing van het UWV.