ECLI:NL:CRVB:2021:3143
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek herziening Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellante diende een verzoek in om terug te komen op het UWV-besluit van 3 december 2014 waarin haar aanvraag voor een Wajong-uitkering werd afgewezen. Zij stelde dat haar medische situatie was verslechterd, onderbouwd met een verklaring van haar fysiotherapeut uit 2019. Het UWV wees het verzoek af omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die herziening rechtvaardigden.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit maar liet de rechtsgevolgen in stand. Het hoger beroep richtte zich tegen deze instandhouding. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de verklaring van de fysiotherapeut niet in de beoordeling kon worden betrokken omdat deze pas in beroep was overgelegd en dat de toename van klachten niet als nieuw feit kon worden aangemerkt.
Verder werd vastgesteld dat appellante met haar beperkingen ten minste vier uur per dag belastbaar was, conform de beoordeling van de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige. De Raad zag geen aanleiding tot het benoemen van een deskundige en concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.