Uitspraak
21.844 WUV
OVERWEGINGEN
BESLISSING
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant diende in 1992 een aanvraag in om als tweede generatie-oorlogsslachtoffer te worden erkend op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv). Deze aanvraag werd destijds afgewezen en het besluit werd na bezwaar gehandhaafd. Het beroep tegen dat besluit werd in 1996 ongegrond verklaard.
In 2019 verzocht appellant opnieuw om toekenningen op grond van de Wuv, maar dit verzoek werd afgewezen en na bezwaar gehandhaafd in het bestreden besluit van 27 januari 2021. Appellant stelde dat bij de oorspronkelijke beoordeling in 1992 een aperte, verwijtbare fout was gemaakt, onder meer vanwege het ontbreken van medische gegevens van zijn ouders bij het psychiatrisch onderzoek.
De Raad oordeelt dat het onderzoek uit 1993/1994 definitief is en niet ter discussie kan worden gesteld in deze procedure. Verder leidt het ontbreken van medische gegevens van de ouders niet tot een verwijtbare fout omdat bij appellant geen psychopathologie werd vastgesteld. Appellant heeft geen nieuwe medische gegevens overgelegd die het besluit van toen onjuist maken. Daarom blijft het bestreden besluit in stand en wordt het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het afwijzende besluit op grond van de Wuv wordt ongegrond verklaard.