ECLI:NL:CRVB:2021:295
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand met 20% wegens geen woonkosten bij verblijf in auto
Appellante, die lijdt aan hyperacusis en vanwege haar aandoening in een speciaal uitgeruste bestelauto verbleef, ontving bijstand op grond van de Participatiewet. Het college verlaagde haar bijstand met 20% omdat zij geen woonkosten had, zoals bepaald in artikel 27 van Pro de Participatiewet en de beleidsregels.
Appellante huurde later een woning, maar kon deze vanwege noodzakelijke akoestische aanpassingen niet betrekken en verbleef sindsdien weer in de auto. Ondanks haar beroep en de bijzondere omstandigheden, waaronder kosten voor opslag en het feit dat nachtopvang geen alternatief is, oordeelde de Raad dat deze situatie niet vergelijkbaar is met personen die nachtopvang gebruiken en dat de verlaging terecht is toegepast.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank Rotterdam en verwierp de gronden van appellante, waaronder het beroep op de hardheidsclausule en de noodzaak tot afstemming van de bijstand op haar bijzondere kosten. De verlaging van 20% blijft gehandhaafd omdat appellante geen woonkosten heeft en de extra kosten niet leiden tot een andere beoordeling.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand met 20% wegens het ontbreken van woonkosten bij verblijf in een auto wordt bevestigd.