ECLI:NL:CRVB:2021:2920
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om wraking rechter in hoger beroep sociale zekerheidszaak
Verzoekster heeft in hoger beroep een wrakingsverzoek ingediend tegen de behandelend rechter in een sociale zekerheidszaak. Zij stelde dat de rechter vooringenomen was vanwege diens vraagstelling en de mogelijke mondelinge uitspraak na de zitting.
De Raad heeft het wrakingsverzoek beoordeeld aan de hand van artikel 8:15 Awb Pro en de jurisprudentie van de Hoge Raad. Uit het proces-verbaal van de zitting bleek geen zwaarwegende aanwijzing voor vooringenomenheid. Kritische vragen van de rechter en het overwegen van een mondelinge uitspraak zijn binnen zijn taak en rechtspraak.
Na een eerdere procedure waarbij verzoekster niet gehoord kon worden, is het wrakingsverzoek opnieuw behandeld. De Raad concludeert dat er geen objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid bestaat en wijst het verzoek af. Er worden geen proceskosten opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om wraking van de behandelend rechter wordt afgewezen wegens het ontbreken van een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.