ECLI:NL:CRVB:2021:2876
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Ziektewetuitkering wegens ontbreken causaal verband met zwangerschap
Appellante was arbeidsongeschikt verklaard en ontving een Ziektewetuitkering van 70% van haar dagloon vanaf 9 mei 2019. Het UWV concludeerde na medisch onderzoek dat haar arbeidsongeschiktheid niet direct voortkwam uit zwangerschap of bevalling. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het UWV zorgvuldig had gehandeld en dat het causaal verband ontbrak.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar rug- en psychische klachten verband hielden met haar zwangerschap en bevalling, onder meer door valpartijen en ruggenprikken tijdens de bevalling, en dat zij op medisch advies haar EMDR-therapie moest staken. De Raad oordeelde echter dat de medische rapporten en verklaringen van de psycholoog dit niet onderbouwen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep stelde dat PTSS geen progressief ziektebeeld is en dat de klachten niet zijn toegenomen door de zwangerschap.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en concludeerde dat de arbeidsongeschiktheid niet uitsluitend het gevolg was van zwangerschap of bevalling, waardoor de Ziektewetuitkering terecht is toegekend. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot toekenning van een ZW-uitkering op 70% van het dagloon blijft in stand.