ECLI:NL:CRVB:2021:2858
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzoek om herziening van kinderbijslaguitspraak niet-ontvankelijk wegens onredelijke termijn
Verzoekster heeft bij de Sociale verzekeringsbank (Svb) kinderbijslag aangevraagd voor haar zoon, maar dit werd afgewezen omdat de zoon ouder was dan 18 jaar. Na bezwaar en beroep bevestigden rechtbank en Raad de afwijzing. Verzoekster vroeg vervolgens om herziening van de uitspraak van de Raad van 15 november 2018.
De Raad beoordeelde het verzoek om herziening op grond van artikel 8:119 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Dit artikel stelt dat herziening alleen mogelijk is bij nieuwe feiten of omstandigheden die voorheen niet bekend waren en die tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden. In deze zaak werden geen nieuwe feiten gesteld.
Daarnaast geldt volgens vaste rechtspraak dat een verzoek om herziening niet onredelijk laat mag worden ingediend. Het verzoek van verzoekster was meer dan een jaar na de uitspraak ingediend, zonder nieuwe feiten, en is daarmee onredelijk laat.
De Raad verklaarde het verzoek om herziening niet-ontvankelijk en wees proceskosten af. De uitspraak werd gedaan door M. Wolfrat op 18 november 2021.
Uitkomst: Het verzoek om herziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens onredelijke termijn en het ontbreken van nieuwe feiten.