ECLI:NL:CRVB:2021:2683
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden
Appellant heeft meerdere malen een Wajong-uitkering aangevraagd, waarbij het UWV telkens heeft geweigerd terug te komen op eerdere besluiten wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden. Na een vijfde verzoek en bezwaar werd uiteindelijk per 10 april 2018 een uitkering toegekend, maar niet met terugwerkende kracht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het UWV niet verplicht was de uitkering met terugwerkende kracht toe te kennen en dat de brief van een psychiater uit 2008 niet als nieuw feit kon worden beschouwd omdat deze bij appellant bekend had kunnen zijn.
In hoger beroep betoogde appellant dat hij niet bekend was met de brief vanwege zijn leeftijd en verstandelijke beperking en dat het UWV onvoldoende onderzoek had gedaan. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat de brief redelijkerwijs beschikbaar had kunnen zijn en dat het besluit van het UWV niet evident onredelijk was.
De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het verzoek om een Wajong-uitkering met terugwerkende kracht wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.