ECLI:NL:CRVB:2021:2406
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Wajong-uitkering wegens niet duurzaam ontbreken arbeidsvermogen
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid, waarbij het UWV concludeerde dat hij geen arbeidsvermogen heeft maar dat dit niet duurzaam is. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat verbetering mogelijk is door behandeling bij FACT LVB.
In hoger beroep betoogde appellant dat zijn beperkingen blijvend zijn en dat het UWV onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de behandeling kansrijk zou zijn. De Raad volgt het oordeel van de rechtbank dat het UWV een zorgvuldig onderzoek heeft verricht, waarbij verzekeringsarts en arbeidsdeskundige gezamenlijk hebben vastgesteld dat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam is.
De Raad overweegt dat de prognose uit 2016 dat verbetering mogelijk is, ondanks latere mislukte behandelingen, standhoudt. De redelijke termijn voor de procedure is met acht maanden overschreden, waarvoor het UWV en de Staat elk een deel van de schadevergoeding moeten betalen. De Raad bevestigt het bestreden besluit en veroordeelt UWV en Staat in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het bestreden besluit bevestigd; UWV en Staat worden veroordeeld tot schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn.