ECLI:NL:CRVB:2021:2382
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geschiktheid voor functie magazijnmedewerker ondanks lichamelijke beperkingen
Appellant was laatstelijk werkzaam als schilder en meldde zich opnieuw ziek met diverse lichamelijke klachten. Het UWV stelde op basis van een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) dat appellant geschikt was voor de functie van magazijnmedewerker en beëindigde zijn ziekengelduitkering per 15 december 2017. Appellant maakte bezwaar en ging in beroep tegen dit besluit, stellende volledig arbeidsongeschikt te zijn.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordelend dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat appellant onvoldoende medische informatie had aangeleverd die verdergaande beperkingen aantoonde. De Centrale Raad van Beroep benoemde een onafhankelijke deskundige die concludeerde dat de beperkingen van appellant correct in de FML waren weergegeven en dat hij geschikt was voor de functie van magazijnmedewerker.
De Raad volgde het deskundigenrapport en oordeelde dat appellant onvoldoende overtuigende argumenten had aangevoerd om het oordeel van de deskundige en het UWV te verwerpen. De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV wordt bevestigd dat appellant geschikt is voor de functie van magazijnmedewerker.