ECLI:NL:CRVB:2021:2193
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Wajong-uitkering wegens ontbreken objectieve medische gegevens
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering, die door het UWV werd afgewezen wegens het ontbreken van objectieve medische gegevens over haar arbeidsongeschiktheid op zeventien- en achttienjarige leeftijd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het UWV niet in strijd had gehandeld met de werkinstructie 'Laattijdige aanvragen Wajong'.
In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat het UWV onzorgvuldig heeft gehandeld en de werkinstructie niet correct heeft gevolgd. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat de werkinstructie niet voorschrijft dat de stappen in een vaste volgorde moeten worden doorlopen en dat het UWV juist heeft gehandeld door te starten met de beoordeling van de arbeidsongeschiktheid per einde wachttijd.
Verder stelde de Raad vast dat er geen voldoende objectieve gegevens, zoals medische rapportages of psychologische onderzoeken uit de relevante periode, beschikbaar zijn om de arbeidsongeschiktheid op de relevante leeftijd vast te stellen. Het enkele gedragswetenschappelijk onderzoek uit 2017 en een stageovereenkomst uit 1986 bieden onvoldoende basis. De Raad volgt hiermee de vaste rechtspraak dat het risico van het ontbreken van gegevens bij laattijdige aanvragen voor rekening komt van de aanvrager.
Gelet hierop is het hoger beroep ongegrond verklaard en is de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de Wajong-aanvraag wegens onvoldoende objectieve medische gegevens.